4 Nov 2006, 12:28, 51
x viewed
Hoe houden we de wereld nog een beetje in toom? Vertwijfeld kijken grote mogendheden toe hoe een Aziatische operettedictator, machtshongerige Iraanse theocraten en moordzuchtige, in grotten levende godsdienstfanaten de afslag naar Verlichting en Vooruitgang negeren en driftig de kortste weg zoeken naar nucleaire of andere massavernietigingswapens, waarmee zij hun opponenten kunnen aftroeven, chanteren of in eeuwige duisternis dompelen.
De Veiligheidsraad vergadert en vergadert, maar komt steeds buitengewoon moeilijk tot een standpunt, Rusland en China willen niks, Europa kan niks en de Verenigde Staten mogen niks. Dat is grof gesteld het spanningsveld waarin het internationale overleg over Iran en Noord-Korea zich de afgelopen jaren afspeelde.
Dit weekeinde mondde het duwen en trekken uit in een resolutie die moet verhinderen dat Noord-Korea nucleaire en rakettechnologie in- of uitvoert. De Amerikanen hadden meer gewild en de Chinezen minder, maar belangrijk is dat er uiteindelijk een eensgezind antwoord is gegeven op de kernproef die Noord-Korea zegt te hebben uitgevoerd. Het moet voorkomen dat het komt tot een nucleaire wedloop in het kruidvat dat Azië nu al is. Succes is allerminst verzekerd. Kim Jong II is tot dusver niet gevoelig gebleken voor buitenlandse druk. Maar hoe het vervolg van het verhaal er ook uitziet, steeds zal er gekeken worden naar wat de VS doen of laten. In de vaak halfbakken pogingen de orde in de wereld te bewaren, spelen zij de hoofdrol.
Dat vloeit voort uit Amerika's positie als enig overgebleven supermogendheid, die niet alleen per definitie belangen heeft in alle regio's van strategische importantie, maar ook beschikt over de (militaire) middelen om die belangen te verdedigen. Voor Azië en het Midden-Oosten fungeren de VS als external balancer, een mogendheid die in een gebied met veel conflictstof buitenaf probeert het evenwicht te bewaren. Zij komt diplomatiek of militair in actie als zij haar belangen, protegés of de stabiliteit bedreidt acht.
In Europa hebben de Amerikanen deze functie sinds 1945 met verve vervuld. De Marshall-hulp en de NAVO waren bedoeld als tegenwicht voor de Sovjet-Unie, maar ook als instrumenten om Europa zodanig te veranderen dat nationalistische rivaliteiten de VS niet voor een derde keer zouden dwingen een grote oorlog op Europese bodem te voeren. Dat lukte. Maar nog in 1989 zag de oude Bush zich genoopt Thatcher, Mitterrand en Lubbers tot de orde te roepen toen zij front wilden maken tegen de hereniging van Duitsland. En de laatste militaire interventies dateren van 1995 ( Bosnië ) en 1999 ( Kosovo ). Dat is, gelegd langs de historische meetlat, bijna gisteren.
Toch behoeft (en krijgt) Europa op dit moment minder aandacht van de Amerikanen. De problemen elders zij acuter van aard en slokken al hun energie op. De verhoudingen in Azië lijken op de Europese van voor 1939, met elkaar diep wantrouwende staten, veel onverwerkt oorlogsverleden en geen integrerende verbanden als de Europese Unie of de NAVO. In het Midden-Oosten wreekt zich de erfenis van de Europese koloniale mogendheden, die na de val van het Ottomaanse rijk onmogelijke grenzen trokken. Ook daar ontbreekt een bovennationale, waarbinnen de tegenstellingen tussen de in dit geval etnische groepen hadden kunnen worden verzoend.
Al deze Aziatische en Arabische soren liggen bij de VS op het bord. Zij zijn get eerste imperium in de geschiedenis met een waarlijk wereldomspannende verantwoordelijkheid. En ze brengen het er momenteel niet goed van af.
In Azië handhaven ze nog een broos evenwicht. Het wordt geschaagd door veiligheidsgaranties aan Japan, Taiwan en Zuid-Korea en nu ook door de Chinese bereidheid mee te werken aan sancties tegen Noord-Korea. Maar in het Midden-Oosten hebben de VS in Irak het evenwicht juist verstoord en de weg vrijgemaakt voor het uitvechten van bloedige etnische conflicten.
Amerika gedraagt zich in de Arabische wereld als een imperium, maar wil dat niet van zichzelf weten. Het is in de woorden van historicus Niall Ferguson een 'empire in denial'. Het grijpt in en begint aan een herschikking van de regionale verhoudingen, zonder daarvoor de prijs te willen betalen. Het ontbrak aan voorbereiding en vooral aan troepen. Door dat gemis krijgen de VS nu een hoge rekening gepresenteerd.
Toch schieten we niet veel op met kritiek waarin oneindig wordt gevarieerd op de stelling dat het Amerika van Bush de bron van alle mondiale ellende is. Het Midden-Oosten was al langer een brandhaard, met een Saddam Hussein die al meerdere malen had geprobeerd de kaart op zijn manier te hertekenen. Zulke kritiek is simplistisch, en vermoeiend bovendien. Met Amerika gaat het vaak moeilijk, maar zonder Amerika gaat het helemaal niet.
-de Volkskrant